Uitgangspunt bij het Talentenspel is dat ieder mens twaalf talenten heeft. Je maakt in het spel gebruik van het beeld van een innerlijk koninkrijk waarbinnen jouw talenten functioneren.

Uit ruim tachtig talenten kies je er twaalf die jouw innerlijke koninkrijk vertegenwoordigen.

In het eerste deel van het spel maak je kennis met jouw twaalf talenten. Je kijkt naar wat die talenten voor je doen en wat ze nodig hebben. Kwesties worden opgelost, relaties worden aangegaan, en je krijgt helderheid over hoe je ze in kunt zetten.

Het eerste deel speel je op het eerste bord, het Wereldbord, waarop de vier elementen (aarde, water, lucht en vuur) zijn terug te vinden.

In het tweede deel van het spel geef je je talenten vorm via een tweede speelbord: de Levensboom. Je krijgt zo inzicht in de plek die de talenten innemen: welke talenten gebruik je voor jezelf, voor je werk en voor je persoonlijke ontwikkeling?

Het bijzondere van de methode is dat je snel en speels vergaand inzicht krijgt in wat je werkelijk drijft en wat je missie is.

Het Talentenspel is ontwikkeld naar een idee van Willem Glaudemans, en gebaseerd op het werk van Carl Gustav Jung, Joseph Campbell en Ken Wilber.

De basis van het Talentenspel wordt gevormd door Jungs leer van de archetypen, de vier elementenleer, de reis van de held, de mystiek van de twaalf, en de Kabbala levensboom.

In verschillende artikelen en in het Boek van de Levensmissie beschrijft Willem Glaudemans uitgebreid de achtergronden en toepassing van het Talentenspel.